*

Richard Heijstee (87)

Mijn vader werd in Amsterdam geboren. In de oorlog was er niet genoeg eten. De drie kleintjes werden ondergebracht bij boeren in Raalte. Mijn vader heeft het goed gehad daar, maar toch is het traumatisch geweest. In 1958 trouwden mijn vader en moeder. Mijn vader was geen humoristische man. Een mop vertellen, dat zat niet in zijn genen. Was hij niet humoristisch, emotioneel was hij wel. Bij elk ‘Wilhelmus’ dat gespeeld werd na een sportprestatie, werd de zakdoek getrokken en de neus keihard gesnoten.

Voor de kleinkinderen was hij een geweldige opa. Hij bracht hen naar muziekles, reed met hen mee om hun rijbewijs op te halen. Dat was een oud ritueel: een paar dagen nadat je geslaagd was, kreeg je bericht, dat je je rijbewijs op kon halen op het gemeentehuis. Papa reed heen en jij mocht dan voorzichtig terugrijden naar een parkeerplaats en daar even oefenen.

Na het overlijden van mama, pakte mijn vader de draad goed op. Vóór 20 juni fietste hij dagelijks 3 km op zijn hometrainer, roeide 1,5 km op zijn roeimachine, fietste naar de kerk, spelde de krant en keek elk journaal. Daarna ging hij hard achteruit. Het plakken van de longvliezen mislukte. Toen hij daarna thuis kwam, had hij een rollator nodig en kon hij zichzelf niet meer aan- en uitkleden. Hij werd steeds stiller, zat soms voorovergebogen, handen in elkaar gevouwen, op de stoel. Als ik vroeg, waar hij aan dacht, zei hij: ‘Aan niks’.
Dinsdag hadden we nog een gesprek in het ziekenhuis. Ik vroeg, wat hij het liefste wilde. Hij zei: ‘naar huis’. Ik denk niet, dat hij bedoelde, dat hij naar huis wilde op de manier waarop hij nu naar huis gegaan is! Maar het is goed zo.
Lieve papa, rust zacht.


 

joomla template