*

Pastoor Dresmé in Gulden Boek

Op zaterdag 4 maart 2017 is pastoor Dresmé ingeschreven in het Gulden Boek van Hilversum. De officiële inschrijving en uitreiking van de oorkonde en bijbehorende gouden speld vond plaats om 15.00 uur in de Burgerzaal van het Raadhuis.

4 maart is de verjaardag van de gemeente. Tradietiegetrouw wordt er dan iemand die zich op uitzonderlijke wijze voor Hilversum heeft ingezet ingeschreven in het Gulden Boek. Pastoor Dresmé heeft zich volgens het gemeentebestuur onderscheiden met zijn inzet voor de nabestaanden van de MH17-vliegramp, waarbij vijftien Hilversummers omkwamen.

Pastoor Dresmé was en is voor de betrokkenen een mensenbinder, hij is meer dan alleen pastoor. Zijn inzet blijft enorm. Hij biedt steun voor velen in de Hilversumse samenleving, ongeacht achtergrond, geloof en afkomst.

Ook bij de totstandkoming van het Hilversumse MH17-monument had de pastoor een belangrijk rol.

Gulden boek
In 1953 heeft de Hilversumse raad het besluit genomen tot het instellen van een 'Gulden Boek der gemeente Hilversum'. Personen die zich langdurig, op meerdere terreinen hebben ingezet voor Hilversum worden ingeschreven in dit boek. Pastoor Dresmé is nummer 158 die in het boek is ingeschreven.

HET GULDEN BOEK DER GEMEENTE HILVERSUM

De gemeente Hilversum heeft twee vormen gevonden om degenen te eren die zich jegens haar in bijzondere mate verdienstelijk hebben gemaakt, of uit andere hoofde vermaardheid bezitten en op de een of andere wijze met haar in betrekking staan. De ene vorm bestaat in toekenning van de legpenning der gemeente, ingesteld bij raadsbesluit van 13 december 1939; de andere inschrijving in het Gulden Boek, tot het doen aanleggen waarvan de Raad op 3 februari 1953 heeft besloten. Hoewel deels parallel lopend, onderscheiden de twee uitingen van eerbetoon zich toch van elkaar.
Beide zijn te beschouwen als hoge onderscheidingen. Intussen is het de gedachte, dat de legpenning zal gaan boven de aantekening in het Gulden Boek.
Uitreiking van de penning zal dus minder vaak voorkomen dan de bedoelde inschrijving. Uiteraard is begiftiging met de legpenning feitelijk slechts denkbaar aan levende personen. Daarentegen is het Gulden Boek zodanig op te vatten, dat het mede geldt als het Ereboek van de historie.
Dit heeft tot gevolg dat daarin, althans bij openstelling, óók plaats is voor de vermelding van overledenen die hun spoor hebben achtergelaten. Daarnevens beoogt het Boek echter niet minder de huldiging van diegenen van het levend geslacht, die de Hilversumse gemeenschap door bewezen diensten of verheven voorbeeld uitzonderlijk aan zich hebben verplicht. Inschrijving draagt het karakter van openlijke waardering voor leven en werken ten dienste van maatschappij en medemens in plaatselijk verband.
Aan deze erkenning ligt de beloning van betoonde burgerzin ten grondslag, en tevens een opwekking tot het betrachten van deze deugd jegens de samenleving waarin men geplaatst is.
Het hooghouden van de onderscheiding dwingt er toe, dat ook de opneming in het Gulden Boek een zeldzaamheid blijft. Anderzijds ligt het in de bedoeling dat er steeds enkelen uit de levende generatie zullen zijn, die het voorrecht genieten in het Boek te zijn opge- nomen. Nochtans blijft de betekenis voor hen beperkt tot dit eerbetoon. Rechten kunnen aan de inschrijving niet worden ontleend. Ook niet die van een 'eerburgerschap', waarvan elders wel wordt gesproken.
Voor het tijdstip van inschrijving van de gemeente, d.w.z. de 4e maart, op welke dag in het jaar 1424 immers de banscheiding werd gegeven waarbij Hilversum tot zelfstandigheid kwam.
Na het raadsbesluit van 3 februari 1953 heeft het gemeentebestuur zich door een commissie doen voorlichten over de vorm welke aan het Boek dient te worden gegeven en de inschrijvingen die in eerste aanleg behoorden plaats te vinden. In het eind van 1954 was het onderzoek zo ver gevorderd dat de nodige besluiten konden worden genomen en het werk tot uitvoering kon worden gebracht.
Gekozen is een fraai gebonden boek met perkamenten omslag, gevat in een eveneens met perkament beklede doos. Het boek bevat 150 bladen, elk dienend voor de vermelding van een persoon, met een korte omschrijving van zijn of haar betekenis en verdiensten. Bij de formele ingebruikstelling op 4 maart 1955 zijn 46 bladzijden gevuld, waarvan 36 met de namen van de overledenen en 10 met die van de levenden. De overige bladzijden zijn bestemd voor later volgende inschrijvingen, hetzij bij bijzondere gelegenheden, hetzij wederom op de 4e maart.
Wat de eerste - d.i. de historische - groep betreft, is het begin gezocht bij de tijd toen de sterke ontwikkeling van de gemeente intrad, met als keerpunt de aanleg van de spoorlijn in 1874. De volgorde van de vermeldingen bij de openstelling van het Boek is, in beide afdelingen, bepaald naar de geboortedag van de ingeschrevenen. Vooraf gaat de lijst van houders van de legpenning, in opvolging naar het tijdstip van verlening. Elk van deze is voorts op het aan hem of haar gewijde blad te vinden.

Het Gulden Boek is bestemd om op een ereplaats in het archief van de gemeente te worden bewaard, en bij voorkomende gelegenheden aan belangstellenden te worden vertoond. Men kan dan elk gewenst blad opslaan en lezen wat - in gecalligrafeerd schrift - omtrent de daarop ingeschrevene staat aangetekend. Het calligrafeerwerk wordt verzorgd door het Calligrafisch Atelier Nelly ten Have te Amsterdam; het bindwerk en de bekleding van de doos is verzorgd door de boekbindster, lid van het Goois Scheppend Ambacht, mejuffrouw M.J. van Rijn te Bussum.

De wenselijkheid om meer algemene bekendheid te geven aan de inhoud van het Boek en vooral ook aan de redenen welke aanleiding hebben gegeven tot de onderscheiden inschrijvingen, heeft het gemeentebestuur doen besluiten een en ander ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Boek te publiceren in een nieuwe geheel bijgewerkte uitgave van ingeschrevenen in het Gulden Boek.
december 1978

joomla template