*

2 september 2018

Wie op zijn oude dag na een lang leven terugkijkt op zijn jeugd ziet ontegenzeggelijk dat er enorm veel veranderd is. Op alle gebieden. Maar ik bedoel nu natuurlijk het geloofsleven, het leven als christen, de kerkelijke toestanden. Velen gingen in hun jonge jaren al gebukt onder de vele regels en voorschriften: Dit móet je en dat mag je niet. Ik denk aan de regelmatige schoolbiecht waar je zonden moest verzinnen, zonden die nu helemaal geen zonden meer zijn. Ik denk aan de zondagsplicht: in onbruik geraakt. Ik denk aan de strenge vasten en onthoudingswet: afgeschaft. Om over de seksualiteit maar te zwijgen. In het algemeen ging het meer om het onderhouden van wetten die de kerk oplegde dan om wat je wel mocht volgens het evangelie. Nu zijn er minder wetten en meer vrijheid, maar ik vraag: is het nu beter? Het is in ieder geval ánders. Velen hebben de kerk van hun jeugd vaarwel gezegd, omdat ze voelden dat er macht over hen werd uitgeoefend tegen hun eigen drang naar vrijheid in. Zij werden kleingehouden, terwijl zij zich wilden oprichten. Zij hebben zich verlost van de wetten.

Als je het evangelie van deze zondag zojuist hebt gehoord, denk je misschien: Jezus is tegen de vele wetjes en regeltjes. Hij staat aan onze kant. Hij verzet zich tegen de farizeeën en Schriftgeleerden die allerlei petieterige voorschriften belangrijker vonden dan de Tien Geboden van God.

Jezus was een Joodse man. Hij is opgegroeid met de wet. Als kleine jongen op de schoot van zijn moeder had hij al de Joodse wet, de Thora, geleerd. Die was hem met de paplepel ingegeven. Je mag gerust zeggen dat hij als man leefde uit de Tien Geboden. Zo kun je je voostellen dat hij kwaad was toen hij zag en hoorde hoe de Schriftgeleerden krampachtig vasthielden aan de regels en tradities die in de loop van de tijd rond die wet waren ontstaan. Want op de duur waren die toegevoegde regels de oorspronkelijke wet gaan overheersen en de kern ervan was daardoor ondergesneeuwd.

Als Jezus het misbruik van de wet aanklaagt, kan hij zich ontzettend kwaad maken. Wij kennen hem als de zachtmoedige, die begrip heeft voor de zwakheden van iedereen, maar hij wordt woedend als hij ziet hoe de wet vervormd wordt. Hij valt naar ze uit: “Huichelaars, het is fraai, hoe jullie het gebod van God opzij zetten om je eigen tradities, je eigen toegevoegde regels die bedoeld zijn om de mensen eronder en klein te houden overeind houden.” En hij geeft wel een heel sprekend voorbeeld van zo’n misbruik: “Mozes heeft gezegd: ‘Eer je vader en moeder’, maar jullie zeggen, als wij de ondersteuning die wij verplicht zijn te geven aan onze ouders, bestemmen als gave voor God, gaat God voor, hij gaat boven alles en iedereen.” Over dat soort redeneringen windt Jezus zich publiekelijk op: “Jullie ontkrachten het Woord van God ten gunste van je eigen traditie.” Jezus wist heel goed dat hij met dit soort opmerkingen de leiders van het volk tegen zich innam, maar de wet van zijn Vader was hem dierbaar en dan riskeert hij dat er plannen worden beraamd om hem uit de weg te ruimen.

De Schriftgeleerden maken er aanmerkingen op dat de leerlingen met ongewassen, dat wil zeggen met onreine handen eten. Dat is een overtreding van hun reinheidswetten. Dan ben je onrein, vuil, vies. Je bent niet meer van smetten vrij, je bent besmet, bezoedeld. De christelijke kerk is voortgekomen uit het Jodendom en het is begrijpelijk dat de jonge kerk met name op het gebied van de reinheid en onreinheid veel van de Joodse regels heeft overgenomen. Allerlei voorschriften heeft de kerk gefundeerd op het Joodse reinheidsprincipe. Ik noem nu enkele bepalingen zonder uitleg die zonder twijfel aan revisie toe zijn. Nog steeds moet een kandidaat voor het priesterschap recht van lijf en leden zijn. Nog steeds kan een gehuwde geen priester zijn, alleen in uitzonderlijke gevallen, nog steeds kan een vrouw geen priester worden. Alsof je onrein, vuil, vies, besmet en bezoedeld zou zijn.

Maar wie heeft er tegenwoordig nog schone handen. We maken allemaal onze handen weleens vuil. Jezus schaft de wet niet af, maar hij brengt hem tot zijn hoogtepunt, tot zijn volheid. Hij wil niet dat wij minimalisten zijn. Het is voor hem belangrijker dat wij rein van hart zijn dan rein van handen, hij wil dat wij echt zijn en niet hypocriet. Dat is zijn ideaal en hij en veel heiligen gaan ons voor. AMEN.

Leo Wenneker


Wees echt

Hoor hoe ik je wil aanhoren:
als een mens van vlees en bloed,-
recht of slecht, het is mij goed:
laat het waar zijn in mijn oren.

Kom alleen met mij verkeren,
als je je gebeden zegt.
Wees eerlijk, wees dan echt.
Lippendienst kan mij niet eren.

Of je staan blijft of gaat knielen,
schoongewassen of bezweet,
rijk of armelijk gekleed,-
ik wil lezen in de zielen.

Tienden zijn mij om het even
en de regels van de wet
en de luide loftrompet
zonder liefde en zonder leven.

Leuzen zijn aan mij verloren,
 praal en letterknechterij,
want je bent een mens van mij
en naar die mens heb ik oren.

Struikel over al je zinnen,
stamel, stotter, wees berooid,-
nooit sluit ik mijn oren, nooit,
voor de stille stem van binnen.

Michel van der Plas

joomla template