*

18 november 2018

Er zijn altijd nog mensen die de Bijbel letterlijk opvatten, van kaft tot kaft, van A tot Z, van het boek Genesis tot en met het laatste boek, de Apocalyps van Johannes.  Er staat wat er staat, dat was zo, dat is zo en dat zal altijd zo zijn. Want de Bijbel is het woord van God en God kan zich niet vergissen. Jezus heeft het zelf gezegd: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.” Punt uit!

Zij die zo redeneren, fundamentalisten worden ze genoemd, leggen alle wetenschappelijke vondsten die ooit zijn gedaan terzijde. De evolutie is dan fictie, de historische ontdekkingen zijn fictie, de ontwikkeling van de literatuurwetenschappen is nep. Op dat punt zijn ze niet met hun tijd meegegaan. Maar ze profiteren wel van alle technische vernieuwingen van de nieuwe tijd. Als het om winst gaat en om materiële gemakken, lopen ze niet achter. Want welke boer, welke veehouder, die niet wil afwijken van de oude overtuigingen van vroeger, melkt tegenwoordig zijn koeien nog met de hand? Integendeel, al zulke mensen, die vasthouden aan de geharnaste en versleten opvattingen van vroeger, reizen per auto, trein en vliegtuig. Ze genieten van water uit de kraan en niet meer uit de pomp, elektrisch licht en centrale verwarming en verder van de meeste allernieuwste snufjes van de moderne tijd. En zo loochenen ze hun uitspraak: “Vroeger was alles beter.”

Zij verwijten ons die de Bijbel niet letterlijk meer nemen, dat we de Bijbel naar onze hand zetten en laten zeggen wat wij zelf graag willen horen en lezen en er argumenten uithalen voor ons eigen gelijk. “Jullie kunnen met de Bijbel alle kanten op en zo heeft iedere ketter zijn letter”, zeggen ze.
Maar dat is een valse beschuldiging. De Bijbel is een boek uit een andere cultuur, een andere geschiedenis en een tijd met andere opvattingen. Het gaat erom te achterhalen wat men toen bedoelde en dat te vertalen naar de tijd van nu. De Bijbel is wel een moeilijk boek, of beter: een verzameling van verschillende geschriften uit verschillende tijden, die alle tweeënzeventig, want zoveel zijn het er, hun problemen oproepen.

Zo komen we bij de lezingen van deze zondag, die uit de profeet Daniël en die uit het evangelie van Marcus. Het zijn maar twee fragmenten uit een groter geheel van benauwende teksten, die je eigenlijk in hun geheel moet lezen. Ze zijn ontstaan in tijden van grote nood en dreigende ondergang (welke tijden zijn dat niet?) en schetsen het einde van de wereld. Daar doen ze onthullingen over, daar openbaren ze het een en ander over. En daarom heten ze apocalyptische boeken, apocalyptische teksten. Het is glashelder dat je ze niet letterlijk moet nemen, want de rampen die erin worden beschreven zijn van alle tijden. Er is niets nieuws onder de zon. De geschiedenis herhaalt zich aldoor. L‘histoire se repète. Het is steeds hetzelfde, maar op een andere manier.

Het is met de wereld als met een zieke die de dokter op bezoek krijgt. Die geeft hem medicijnen en goede raad. De zieke wordt niet echt beter. Hij zegt tegen de dokter: “Ik heb gedaan wat u me hebt voorgeschreven, maar het helpt niet echt. Want nu heb ik weer allerlei andere kwaaltjes.” De dokter zegt: “Uw constitutie, uw gestel kan ik niet veranderen, maar u moet waakzaam blijven en standvastig. U moet gezond eten, niet te veel drinken en niet roken. U moet op tijd ontspanning en rust nemen. En u moet vooral waakzaam zijn, want een ramp, een ongeluk kan zo maar gebeuren. Dat kan ik niet wegnemen. En als zo iets u overkomt, moet u standvastig blijven, het hoofd niet in uw schoot leggen. Want het gaat voorbij, het gaat over. Het komt en het gaat.”
Een dokter, broeders en zusters, is uit op onze veiligheid. Soms is hij lastig en doet hij ons pijn. Hij pakt ons iets af. Wat pakt hij ons af? Wat schadelijk is, wat ons in gevaar brengt, wat niet goed voor ons is, en dat kan best pijn doen. En wat geeft  hij? Geneesmiddelen, pillen en drankjes en zalfjes. En goede raad: blijf alert en houd vol, houd je ogen open en geef niet op. Als je die raad in de wind slaat, ga je verloren.

Broeders en zusters, Niet ík ben het die u dit zegt. Ik praat iemand na. En wie praat ik na? Jezus, de Stem, het Woord van God, als hij spreekt over alle ellende die de grote wereld maar ook onze eigen kleine wereld kan treffen, in alle tijden. Het is zijn woord dat ik spreek, en “hemel en aarde zullen vergaan, maar zíjn woorden zullen niet vergaan.” AMEN

Leo Wenneker


De wederkomst van de Heer
Trouwe, algoede Vader
van wie wij dromen,
keer tot uw mensen weer,
laat uw rijk komen.
Maak onze aarde vrij
van alle slavernij,
sticht er uw heerschappij,
laat uw rijk komen.

Troon op uw gloriedag
hoog op de wolken
en vestig uw gezag
over de volken.
Spreek dan uw woord van goud,
ons eeuwig zielsbehoud,
liefde voorgoed ontvouwd,
laat uw rijk komen.

Breng in de duisternis
alles tot klaarheid,
spreek waar de leugen is
eindelijk waarheid.
Maak in uw heilig uur,
reinigend hemelvuur,
al onze levens puur,
laat uw rijk komen.

Laat uw gerechtigheid
dan overwinnen,
laat zo de nieuwe tijd
heerlijk beginnen,
en zeg ons vrede aan
in een volmaakt bestaan
dat nooit meer zal vergaan.
Laat uw rijk komen.

Michel van der Plas




 
 

 

joomla template