*

10 september 2017

PAROCHIE IN BLOEI.

FEESTVIERENDE PAROCHIANEN,

Ik heb hier een bos zonnebloemen. Verwelkt, totaal uitgebloeid, stinkt al. Wegdoen dus. Ik vraag u nu en ik heb graag een antwoord, ja of nee. Is deze bos bloemen een beeld van onze parochie? Ik luister en hoor een verontwaardigd NEE uit vele monden. Gelukkig, goed geantwoord. Ik heb nog een boeket. Er zitten een paar verlepte, bijna uitgebloeide bloemen in. Maar voor de rest zijn ze allemaal nog intact. Misschien wat verversen, maar weggooien? Nee, beslist niet.
Ik vraag u en ook nu wil ik een antwoord: Is dit boeket een beeld van onze parochie? Ik luister en hoor een schuchter JA. Goed geantwoord, want dat is ook mijn mening.

Een parochie is te vergelijken met een boeket bloemen. Maar ook met een park waarin behalve bloemen ook bomen en struiken staan. Nu heb ik nog nooit een lelie vanuit de hoogte tegen een madeliefje horen zeggen: ¨Waar dien jij voor? Jij neemt alleen maar plaats in. In mijn ogen ben jij onkruid.¨ En hebt u misschien ooit een pioenroos een paardenbloem horen uitschelden? Nee, de ene bloem respecteert de andere en kijkt er niet op neer. Zij eren hun schepper door te zijn zoals ze zijn. Maar in een parochie kan arrogantie wel voorkomen. In zijn parochierede zegt Jezus wel dat de een een ander op zijn vingers mag tikken als die in de fout gaat, maar nooit vanuit de hoogte, nooit uit boosheid of gekrenkte trots, nooit om te tonen dat jij beter bent dan die ander, maar altijd met liefde en zó dat het de parochie opbouwt.
Ook de profeet Ezechiël zegt dat de wachter, dat is de leider die toezicht houdt op de gemeente, namens God een boosdoener op zijn gedrag moet wijzen. Let wel: namens God. Dus met barmhartigheid.

De parochie is een park met bomen en struiken en beekjes en hier en daar een bloemperk. Er groeit ook onkruid. Er zijn dus wieders nodig. Er moet gesnoeid worden. Er zijn snoeiers nodig. Zo’n tuin is een heel netwerk van verborgen paden en weggetjes, waarvan sommige leiden naar adembenemende uitzichten, andere lopen juist uit op levensgevaarlijke poelen en moerassen. In zo´n park heb je behoefte aan een gids die het terrein kent en tegen je zegt: ¨Kijk, dáár moet je helemaal niet naartoe gaan, dat kronkelpad kun je maar beter niet nemen, maar dát weggetje kun je veilig aflopen.” Zo’n gids is als de wachter uit Ezechiël die namens God de leider is van de gemeente. Dat zijn zij tot wie Jezus in zijn parochierede zegt: ¨Wat gij zult binden op aarde, zal ook in  de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.¨ En dat is nu juist een steeds groter wordende zorg: de afname van het aantal voorgangers of gidsen of wachters. Zonder gids kom je niet veilig door het reservaat. Er groeien ook distels en dorens en er zijn slangen en ratten. Zonder voorganger verwelkt een parochie en raakt in verval. Maar ook zonder vrijwilligers die doen waar zij goed in zijn en wat ze kunnen en willen en actief meewerken aan de kwaliteit van de parochie, zodat daar God geloofd en gedankt wordt, de sacramenten worden bediend, het geloof wordt onderricht en aandacht wordt geschonken aan zieken, bedroefden en ouderen, ook zonder vrijwilligers raakt de parochie uit bloei.

We mogen de toestand van onze parochie niet al te rooskleurig voorstellen. De parochie deelt in het beeld van de kerk van ons bisdom en ons land en West-Europa. Maar we mogen niet zeggen: ¨Het is een aflopende zaak.¨ Dat weten we niet. Evenmin mogen we zeggen: ¨Het komt allemaal wel weer terug.¨ Ook dat weten we niet. Gods wegen zijn wonderbaar en zijn gedachten zijn hemelhoog verheven boven onze gedachten en plannen. We moeten realistisch zijn, wij leven nu en doen wat bij onze talenten en leeftijd past. Jezus zegt: ¨Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik in hun midden.¨ Bij hem staat het kleine hoog aangeschreven.

Ik ben begonnen met twee boeketten, waarvan één uitgebloeide: dat is onze parochie niet. Ik heb hier nog een derde: een in volle bloei, een volmaakte, een perfecte ruiker. Zijn wij dat? Nee, dat zijn wij ook niet, maar wij streven ernaar zo te zijn, daarheen zijn wij op weg. Wij lijken meer op de tweede, die met een paar onvolmaaktheden, hier en daar een verwelkte bloem, die aan verversing, aan vervanging toe is. Op de eerste plaats moeten wij reëel zijn, eerder optimistisch dan pessimistisch, maar voor alles: NEDERIG, EENVOUDIG EN BESCHEIDEN. AMEN.

Leo Wenneker

Waar twee of drie

Waar twee of drie,
in mijn naam samen,
spreken van mij,
daar ben ook ik;
ik hoor hun hart
en ken hun namen
en spreek ze uit,
dat ogenblik.

Dat ogenblik,
avond of morgen,
donker of licht,
grijp ik hun hand,
zing ik hun lied,
deel ik hun zorgen,
ben ik het vuur
dat in hen brandt.

Wat in hen brandt
is God de Vader
en God de Zoon
en Heilige Geest.
Dat ogenblik
ben ik genade:
kracht die verblijdt,
naam die geneest.

Naam die geneest
in ziel en leden:
zo ben ik met
die twee of drie;
en in mijn kracht
vinden zij vrede,
en in mijn vuur
de harmonie.

Michel van der Plas



 
 

joomla template