*

11 maart 2018

Bestaat de duivel of bestaat hij niet? Veel mensen twijfelen aan het bestaan van God, ontkennen dat zelfs, en dan is het maar een klein stapje naar het ontkennen van de duivel. Het evangelie van deze zondag laat er echter geen twijfel over bestaan: de duivel bestaat. Misschien onder een andere naam, maar hij is een werkelijkheid. Hij kan Satan heten of boze geest of kwade demon.

Jezus drijft een duivel uit in de synagoge van Kafarnaüm. Dat heet een exorcisme. Dat bestaat ook nu nog. Sommige gewijde personen zijn gekwalificeerd en gerechtigd bij een bezetene de duivel uit te drijven.

Bestaat de duivel nu of niet? Als we God aanvaarden, dan ook de duivel. Als de barmhartige bestaat, dan ook de meedogenloze. Er is licht en donker, er is goed en slecht, er zijn heiligen en zondaars. Als de opperste liefde in eigen persoon bestaat, dan ook diens tegenhanger de haat in eigen persoon. Zoals we in het verleden de sporen van het goede kunnen volgen, dan ook in het heden. En zoals we de sporen van het kwade en slechte in het verleden kunnen nagaan, dan is dat in het heden niet anders.

Jezus joeg de boze geesten de stuipen op het lijf, zo hoorden we in het evangelie van zojuist. Zijn die boze geesten er ook vandaag nog? Ja. Een boze geest zorgt er voor dat vreemdelingen die in ons land komen een etiket wordt opgeplakt. Misschien zijn er een paar twijfelachtige figuren onder, maar de boze geest suggereert dan dat ze allemaal zo zijn. Een boze geest zet aan tot graaien naar geld in plaats van delen. Een boze geest fluistert ons in dat je zelf wel mag bepalen wanneer je je leven voltooid vindt. Daar hoeft geen God en geen medemens aan te pas te komen.

Als er in een land een succes wordt behaald, bijvoorbeeld een gouden medaille op de Olympische Spelen, dan willen we daar allemaal in delen, maar wordt het een afgang, dan horen wij er niet bij. Zo ook met het slechte en kwade; dan leggen we de schuld bij anderen of het ligt aan de scheidsrechter of aan de omstandigheden. We zoeken de oorzaken van ons falen buiten onszelf, daar zijn wij niet verantwoordelijk voor. Maar als we het goede wel aan onszelf toeschrijven, maar het kwade niet: zijn we dan wel eerlijk bezig?

Niet zo lang geleden is de tekst van het onzevader enigszins gewijzigd, o.a. leid ons niet in bekoring, dat werd breng ons niet in beproeving. Het woord beproeving lijkt een verbetering, want God kan wel iemand op de proef stellen. Hij stelt bijvoorbeeld Abraham op de proef, of die hem wel echt vertrouwt. Over die ‘verbetering’ zouden ze in Rome dertig jaar hebben gedaan! Maar nu is onze paus Franciscus het ook daar niet mee eens. Hij is niet tevreden met die tekst. Hij zegt dat het bekoren van iemand of proberen te verleiden het werk van de duivel is, dat is het werkterrein van de duivel. De paus zou graag zien dat er betere vertalingen werden gezocht, zoals laat ons niet in de verleiding vallen of voorkom dat wij vallen voor de verleiding of voorkom dat wij ingaan op de bekoring want zegt de paus: “Ik ben degene die valt en het is niet zo dat God mij duwt.” Het verleiden is de afdeling van de satan.

Wij leven in een wereld met sporen van goed en sporen van kwaad, met allerlei invloeden van de Heilige Gods en van de satan. En dat is altijd zo geweest. Dat is de diagnose die wij stellen. Er is niets nieuws onder de zon. Als ergens een oorlog wordt beëindigd en vrede wordt gesloten, dan laait ergens anders de strijd weer op. De vraag is: Aan welke kant staan wij? Aan die van Jezus die het kwaad overwint en de wereld uit jaagt of aan die van de duivel die tweedracht en haat zaait, die kinderen het slachtoffer laat zijn van bombardementen of ervoor zorgt dat zij geen voedsel en helder water hebben? Kiezen wij voor de vredestichters of voor de louche wapenhandelaren?

De strijd tussen goed en kwaad gaat nog altijd door, in de wereld, in de kerk, overal,  en wij staan er middenin. In principe heeft Jezus de overwinning al behaald. Het is als met D-day, 6 juni 1944. De geallieerden zijn geland in Normandië, maar het duurt nog bijna een jaar dat wij bevrijd zijn. Maar de bevrijding komt, al kost dat veel bloed en zweet en tranen. AMEN.

Leo Wenneker


Het lied van de bezetene

Ik ben uw arme mens, ik ben
een ziel die naar bevrijding smacht
van boosheid die ik zelf niet ken,
een mens die roept uit alle macht:

Jezus van Nazaret, verschijn,
vervul mijn leven van uw woord
en laat het voortaan leven zijn
dat U alleen nog toebehoort.

O heilige van God, verdrijf
de kwade geest die in mij woedt
en neem daar zelf dan uw verblijf,
mijn enige, mijn hoogste goed.

O meester, vestig uw gezag   
dat mij de klare waarheid leert
en laat het zijn, nog deze dag,
dat u mij eindelijk regeert.

Michel van der Plas

joomla template