*

Biografie van de H. Antonius van Padua

 

Sint Antonius van Padua (1195-1231)

Vanuit Frankrijk en Duitsland waren kruisvaarders, edellieden die het kruis als strijdsymbool aangenomen hadden om de heilige plaatsen in Palestina te bevrijden van islamitische veroveraars, naar Lissabon gegaan. Kruisvaarders hadden in 1147 Koning Alphonso I (1139-1185) geholpen om Lissabon te veroveren op de islamitische Moren.

Als achtergebleven kruisvader en ridder van koning Alphonso was Don Martin de Bulhoës een bemiddelde man. Zijn vrouw Maria stamde uit een voornaam geslacht. Uit dit echtpaar werd op 15 augustus 1195 Fernao Martin de Bulhoës te Lissabon geboren. Hun zoon kreeg de naam Fernando - Ferdinand. Dit betekent: dappere strijder voor de vrede.

Vroom als het adellijke echtpaar was, vertrouwden zij vanaf 1201 de opvoeding van Fernando toe aan de Domschool van Lissabon. Hij kreeg daar les in grammatica, retorica, dialectica en in de hogere klassen, het Quadrivium: in arithmetrica, geometrie, astronomie en muziek. Omdat hij al op jonge leeftijd priester wilde worden, kwam daar theologie en tijdens de liturgische diensten in de kathedraal van Lissabon ook godsdienstpraktijk bij.

Op zijn vijftiende, in 1210 treedt Fernando in bij de Augustijner Koorheren in het klooster São Vincente de Fora (Sint-Vincentius buiten de muren). Maar de vele bezoeken van vrienden en het in opspraak raken van het klooster werden Fernando te hinderlijk. Hij krijgt in 1212 verlof om naar het Augustijner klooster Monstrera de Sancta Cruz (het Heilig Kruis) in Coïmbra te gaan. In deze oude Portugese hoofdstad aan de Mondego studeerde de monnik een achttal jaren theologie (= Godgeleerdheid) en bijbelkennis.

 

 

 

 

 

 

 

 

Brugge (België)
St. Salvatorkathedraal

 

Op 16 januari 1220 liet de kalief van Marokko vijf franciscaanse minderbroeders Bernardus, Otto, Acursius, Adjustus en Petrus afkomstig uit Coïmbra arresteren en onthoofden. Zij hadden in Sevilla, dat toen ingenomen was door de Moren, de islamitische profeet Mohammed en diens volgelingen scherp veroordeeld. Terdoodveroordeling volgde. In genade werden de vijf uit Sevilla verbannen. De minderbroeders gaven echter hun missie niet op. Zij gingen scheep naar Marokko en daar aangekomen begonnen zij openlijk tegen de islam te preken, hun zekere martelaarschap tegemoet. Hun lijken werden door Petrus, een in onmin geraakte broer van koning Alphonso en in dienst van de kalief van Marokko, in het geheim naar Coïmbra overgebracht. Dit martelaarschap maakt diepe indruk op Fernando.

Na veel moeite krijgt Fernando bij hoge uitzondering, schriftelijk toestemming van zijn augustijner prior om te veranderen van kloosterorde.Hij verlaat in 1220 het Augustijner klooster en vestigt zich in het huis van de minderbroeders, genoemd naar de patroon Antonius Abt. Fernando neemt vrijwillig de naam van Antonius aan, laat zich voortaan ook zo noemen. Zonder beginperiode als novice kan de franciscaner minderbroeder Antonius zijn priesterprofessie afleggen. (In een andere bron vond dit laatste pas in 1222 plaats).

Eind 1220 mag Antonius, samen met broeder Philipus als missionaris naar Marokko. Daar aangekomen wordt hij ziek. De koorts wil niet wijken en het klimaat daar draagt niet bij aan zijn herstel. Men overtuigt hem huiswaarts te keren, zich in te schepen. Maar het schip drijft in een zware storm af naar Messina op Sicilië in Italië. De franciscaanse minderbroeders in Messina namen hem liefdevol op en verzorgden hem weer totdat hij weer op krachten was gekomen. Intussen had Antonius tijd om na te denken. Wat hij zag als levensideaal, was mislukt. Hij wachtte op een teken. Wat wilde God van hem?

 

 

 

 

 

 

 

 

Wallsee (Oos)
St. Annakirche

 

Samen met andere confraters reist Antonius naar Portiuncula bij Assisië, waar met Pinksteren, eind mei 1221 het generale kapittel van de Franciscanen wordt gehouden. Antonius wilde bij die gelegenheid Fransiscus van Assisië ontmoeten, of tenminste zien.Op het einde van het kapittel was het regel dat de broeders over hun provinciale orden werden verdeeld al naar de behoeften. Antonius schoot er bijna over. Na het kapittel mocht Antonius mee met broeder Gratianus, de provinciaal overste van Romagna. Op eigen verzoek werd Antonius geplaatst in het eenzaam gelegen kluizenaarsklooster van Monte Paolo in de buurt van Forli, tussen Rimini en Bologna.

In 1222 verzamelden dominicaner en franciscaner priesterkandidaten zich in het franciscaner klooster in Forli, waaronder Antonius. Na de priesterwijding door bisschop Ricciardellus Belmonti stelde de provinciaal overste voor, een van de aanwezige gasten, in plaats van tafelrede een toepasselijke preek te laten houden. Niemand achtte zich bekwaam. Antonius werd gevraagd en aangemoedigd te spreken zoals de H. Geest hem zou ingeven. Eerlijk, eenvoudig en ongekunsteld sprak Antonius daarna zijn tafelgehoor toe, het onderwerp volledig beheersend. Hoe langer hij sprak en zijn gehoor boeide, verbaasde iedereen zich over zijn geleerdheid, zijn feilloze schriftkennis. Antonius had zijn eigenlijke roeping gevonden: het apostolaat van de prediking.

De provinciaal veranderde zijn benoeming: hij zond Antonius uit om te gaan preken in heel Romagna waaronder de regio Lombardije tussen Rimini en Milaan. Daarnaast vroeg men hem theologielessen te geven in kloosters (Bologna). Ook dat doet Antonius tussen 1223 en 1224. Antonius bleek vanwege zijn welsprekendheid, zijn overredingskracht en geleerdheid voor het preken talent te hebben; zijn roeping te hebben gevonden. Daarnaast had hij een heldere stem die over grote afstand was te verstaan. Antonius was een klein en gezet man. ( Op afbeeldingen van de H. Antonius, op de St. Antoniusbeelden in kerken wordt hij echter als lang en mager afgebeeld) Antonius leefde als een asceet in godsvrucht. De toehoorders kwamen van ver om hem te horen preken en Antonius had de gave om rijken, zondaars en afvalligen te bekeren tot berouwvolle, oprechte gelovigen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Maastricht
Basiliek St. Servaas

 

Tussen 1224 en 1227 strekte zijn apostolaat zich ook uit naar Zuid- en Midden Frankrijk ( Montpellier, Toulouse, Limoges) waar hij de dwaalleer van de Katharen en de Albigenzen, in en rondom de stad Albi, tevergeefs trachtte te weerleggen. Vooral zijn Franse apostolaatwerk onder 'ketters' en zijn inzet om kerkelijk- en wereldlijke leiders tot een vreedzame oplossing van de godsdienststrijd te bewegen heeft Antonius veel inzet gekost.

Antonius, inmiddels custos van Limoges, werd kort na de dood van Franciscus van Assisië (1226) teruggeroepen naar Italië voor het kapittel van 1227. Daar werd hij tot franciscaans provinciaal overste benoemd van de provincie Romagna in het noorden van Italië.

Paus Gregorius IX en kardinalen wensten Antonius te horen preken. Die vond plaats aan het pauselijke hof in de paastijd van 1228. Hij preekte er voor een gezelschap van verscheidene nationaliteiten. De indruk die Antonius daarbij maakte moet buitengewoon groot zijn geweest, want de paus noemde hem in het openbaar een 'schatkamer van de heilige Schrift'.

Antonius zal zeker aanwezig zijn geweest bij de heiligverklaring van Franciscus van Assisië op 16 juli 1228.

Op het generaal kapittel van 25 mei 1230 vroeg en kreeg Antonius toestemming uit zijn functie van provinciaal overste van de provincie Romagna te worden ontheven. Vanwege zijn niet al te beste gezondheid en omdat hij zich meer wilde toeleggen op de steeds groeiende zielzorgtaken in zijn geliefde Padua en omgeving. Hij zette daar zijn predikapostolaat voort. Meestal preekte hij in de Sancta Maria-minderbroederkerk. Na een gedegen voorbereiding preekte Antonius in 1231 tussen 6 februari en 23 maart dagelijks in een andere kerk in de vastentijd voor Pasen over boete doen en bekering. Echter geen kerk in Padua en omgeving bleek groot genoeg om de toegestroomde menigte van plaats te voorzien. Velen bekeerden zich en biechtten bij hem hun zonden.

Allengs raakten de fysieke krachten bij Antonius op. Op 12 juni trok hij zich op met twee minderbroeders terug in een bescheiden huis in Campo San-Piero in de buurt van Padua.'s Middags werd hij aan tafel onwel, waarschijnlijk door een beroerte. Hij vroeg om naar Padua te worden gebracht. Met een langzame ossenwagen ging men op weg. Op 13 juni 1231 stierf Antonius in de kamer van de rector van de arme Clarissen in Ancella vlak buiten Padua. De rector gaf hem als laatste het sacrament der stervenden.
Antonius werd 36 jaar. Daarvan was hij 21 jaar kloosterling, waarvan 11 jaar franciscaan.

  • Als Antonius van Padua werd hij al op 30 mei 1232 door paus Gregorius IX te Spoleto heilig verklaard.
  • Op 16 januari 1946 werd de heilige Antonius door paus Pius XII verheven tot kerkleraar.
  • Op 13 juni is zijn kerkelijke naamdag.Vele legenden gaan over Sint Antonius van Padua.
  • Ook worden wonderen aan hem toegeschreven.
  • Hij is een van de vier heilige maarschalken (= bijzondere voorsprekers bij God).

St. Antonius is patroon van:
de Franciscanen, van verloren voorwerpen, van vrouwen en kinderen, de armen, bakkers, mijnwerkers, het huwelijk, de reizigers en verliefden.
St. Antonius is de patroon tegen:
schipbreuk, de pest en de koorts.

 

 


O.a. Geraadpleegde bron:
ISBN 9025725724 Antonius van Padua. Lothar Hardick OFM. Uitgeverij J.H. Gottmer. 142 pagina's. Gebonden.

© 2006 Antoni Barten, auteur

joomla template